Botbreuk | Fractuur
Botweefsel
Het skelet is een zeer levend en dynamisch weefsel. De botten van het skelet zorgen voor ondersteuning, opslag van mineralen als calcium en fosfor; beweging van de botten door middel van spieren die aan het bot vastzitten; en bescherming van organen. Daarnaast is bot betrokken bij de aanmaak van bloedcellen. Botten bestaan uit compact bot en spongieus (of trabiculair) bot. Dit spongeus bot is opgebouwd uit botbalkjes met veel ruimte tussen de balkjes waardoor holten ontstaan. Bot wordt gevormd onder invloed van druk en rek. Grotere krachtinwerking leidt tot dikker bot en de richting van de krachtinwerking bepaalt de plaats van de botverdikking. Zo is bot dikker op plaatsen waar grote spiergroepen aanhechten.
Fracturen
Botbreuken, ook wel fracturen genoemd, worden op stereotype wijze gerepareerd. Voor ongecompliceerde botbreuken zijn vier fase te onderscheiden:
- Hematoomvorming (1-3 dagen): na een fractuur zijn de regionale bloedvaten in het bot beschadigd; er ontsaat een hematoom oftewel een bloeduitstorting
- Ontstaan van zachte callus (3 weken): het hematoom wordt door het lichaam opgeruimd en er ontstaat spongieus botweefsel dat nog zacht is. Dit wordt zacht callus genoemd.
- Ontstaan van harde callus (2-4 maanden): deling van botcellen op de plaats van de fractuur zorgt voor overmatige harde callus vorming. Indien geen beweging meer mogelijk is tussen de fractuurdelen, is de fractuur klinisch geconsolideerd. De botdelen zitten weer aan elkaar en het skelet is oefenstabiel genoeg.
- Remodullering van het callus: overtollig callus wordt afgebroken en het bot neemt zijn oorspronkelijke vorm weer aan. Dit proces duurt maanden tot jaren afhankelijk van het type breuk. Na ongeveer een jaar is het aangemaakte botweefsel volledig uitgehard.
Met toename van de leeftijd neemt de snelheid van fractuurgenezing af en vanaf de puberteit blijft dit ongeveer gelijk. Fracturen genezen sneller bij kinderen, waar op hoge leeftijd de fractuurgenezing meer tijd kost.
De revalidatie
Met betrekking tot de (gesloten) fracturen wordt door middel van een rontgenopname nagegaan of repositie van de botdelen noodzakelijk is. Dit kan plaatsvinden door tractie, een spalk (gips, sling, externe fixateur) en interne fixaties. De interne fixatie zal altijd middels een operatie moeten worden aangebracht. Spalken met gips is de meest voorkomende vorm van fractuurfixatie, uitgevonden door de Nederlandse militair arts Anthonius Mathijsen in 1851. Na een immobilisatiefase van gemiddeld 6 weken zal begonnen kunnen worden met het terugwinnen van de mobiliteit van gewrichten en later ook de opbouw van spierkracht. Afhankelijk van de leeftijd, aard van de fractuur en locatie zal de revalidatiefase een tijd kunnen duren. Veelal zal door de immobilisatie in de eerste zes weken van het botherstel, bewegingsbeperkingen optreden van gewrichten en spieren rondom het fractuurgebied. Door fysiotherapie is de volledige mobiliteit en spierkracht meestal weer terug te winnen.
Naar boven